Zonnelied
|
Franciscus van Assisi (1182–1226) was een man van eenvoud, verwondering en diepe verbondenheid met de schepping. Als zoon van een rijke lakenhandelaar, koos hij, na een bijzondere ontmoeting met een melaatse, radicaal voor een ander leven. Hij wilde het evangelie navolgen: rondtrekken zonder iets te bezitten. Iedereen die hij onderweg ontmoette, ook de dieren en andere schepselen, waren zijn broeders en zusters. Het Zonnelied, geschreven in de laatste maanden van zijn leven, is zijn spiritueel testament. Franciscus looft in dit lied de Allerhoogste om ‘broeder zon’ en ‘zuster maan’, alsook de vier natuurelementen. Blind en ziek, maar vervuld van innerlijke vreugde, bezingt hij in dit loflied de harmonie van de schepping en de kracht van vergeving en vrede. Uiteindelijk looft hij de Allerhoogste zelfs om ‘zuster dood’. Het laatste woord ‘nederigheid’ is een opdracht voor de mens om trouw te blijven aan wat écht is, stevig geaard te leven en om het goede dat van de Allerhoogste komt, door te geven. |
Tijdens zijn leven was Franciscus’ spiritualiteit al populair: duizenden broeders sloten zich bij hem aan. Zij worden ‘minderbroeders’ genoemd. Ook Clara werd een volgeling van Franciscus. Vandaag is Franciscus wereldwijd vooral gekend als patroonheilige van de dieren. Werelddierendag wordt op zijn sterfdag, 4 oktober, gevierd. Paus Franciscus vernoemde zijn encycliek over de klimaatcrisis uit 2015 terecht heel bewust naar het Zonnelied ’Laudato Si’, over de zorg voor het gemeenschappelijk huis.